‘Ik wil de Revue van André van Duin nieuw leven inblazen’

door Merijn Oerlemans15 juni 2018

Onze selectie bestaat uit 23 gedreven sport-, kunst- en cultuurtalenten die zichzelf willen verbeteren in bijvoorbeeld time-management, plannen, maar ook in zaken als het omgaan met pers of het gebruik van social media. Theateracteur Merijn Oerlemans (19) is één van hen, hij vertelt in deze blog over zijn grote droom en alles wat hij daarvoor doet en laat.

“Ik heb één groot doel in mijn leven: de Revue van André van Duin nieuw leven inblazen, op een moderne manier. En daar doe ik alles voor.

Als ik over de Revue praat begin ik altijd te glunderen. De Revue is een vorm van theater waarbij mensen alles om zich heen vergeten en plezier hebben. Het is theater waar je om moet lachen en met een boodschap erin. Het brengt mensen aan het denken.

Mensen denken dat de Revue ouderwets is, dat niemand erop zit te wachten. Ik denk juist: niets is ouderwets, je kunt het ook modern maken waarbij je de kern van de Revue behoudt.

Ik keek vroeger ontzettend vaak naar de sketches van André van Duin. Dat kwam door mijn vader. Hij is een groot fan en deed zijn stemmetjes altijd na. Daardoor werd ik ook enthousiast. Ondertussen heb ik de sketches van André van Duin wel tienduizend keer bekeken. En elke keer als ik weer naar een sketch kijk, denk ik: dit is wat ik terug wil brengen in het theater.

Het acteren zit al van jongs af aan in mij. Ik vond het als klein jongetje al leuk om mensen na te doen. Ik genoot van de aandacht die ik ervan kreeg, vond het leuk dat andere mensen daar om lachten.

‘Acteren is iets wat in mij zit, iets wat eruit moet’

Op mijn basisschool in Bergen op Zoom werd iedereen gestimuleerd om zijn doel of droom na te jagen. In groep één begon ik daarom al met het opvoeren van theaterstukjes. In groep drie voerde ik een theaterstukje op met wat klasgenootjes. Het bleek een groot succes. Even later stonden we met z’n allen te spelen voor de volledige onderbouw. Het was het grootste publiek dat ik ooit had gehad. Ik vond het fantastisch. Vanaf dat moment wist ik zeker: dit is wat ik wil doen.

Acteren is iets wat in mij zit, iets wat eruit moet.

Ik geniet echt van de aandacht als ik op het podium sta. Buiten het podium hoef ik niet zo nodig in de belangstelling te staan. Ik ben altijd wel een beetje een gangmaker, maar dat betekent niet dat iedereen naar mij moet luisteren. Dat lijkt me niet verstandig, ik praat namelijk vaak onzin, haha!

Tot nu toe ben ik het meest trots op de Amateur Musical Award voor beste mannelijke hoofdrol. Ik kreeg die prijs in 2016 voor mijn rol als Rogier in de musical Petticoat. Dat is voor mij het begin van m’n carrière geweest. Ik ben na het winnen van die award verhuisd naar Amsterdam en rolde daarna van productie naar productie.

Afgelopen jaar deed ik mee in de show Bella Italia, ik zong samen met de twee andere hoofdrolspelers ongeveer vijftig Italiaanse nummers per show. Grappig detail: ik spreek helemaal geen Italiaans! Ik zag er blijkbaar gewoon een beetje Italiaans uit. Dat was de reden voor de producenten om mij te boeken.

Bella Italia is goed geweest voor mijn carrière. Ik heb een heleboel bagage nodig voordat een eigen Revue er ooit in zit. Ik heb nu laten zien dat ik een beetje kan zingen en grappig kan zijn. En volgend jaar moet ik weer iets doen waar ik van leer. Alleen op die manier gaat die Revue er komen.

‘Ik heb toch al een rol, dacht ik. Nou, mooi niet.’

Ik doe nu net alsof mijn carrière precies zo verloopt als ik zelf wil. Maar dat is niet waar. Ook ik zit weleens in de put.

Het moment dat ik mij het meest rot voelde, was toen een theaterconcert waar ik in zou spelen niet door ging. Toen de mail met de mededeling dat het niet doorging binnenkwam, zakte ik bijna door de grond. Auditierondes voor andere shows in het nieuwe theaterseizoen waren al achter de rug. Aangezien ik al een rol had, deed ik nergens auditie. Ik heb toch al een rol, dacht ik. Nou, mooi niet.

De eerste week na die mail voelde ik met het slechtst. Ik sloot mezelf op, zei continue in mijn hoofd dat het logisch was dat de show niet werd verkocht. Wie koopt er nou een kaartje om naar mij te kijken, dacht ik, ik heb helemaal geen talent. Maar het waren de theaters die de show niet inkochten, niet het publiek.

Na een week deed ik weer twee audities, maar voor beiden werd ik afgewezen. Dan maar productiewerk, besloot ik. Maar ook daarvoor werd ik afgewezen! Ik was nog nooit in mijn leven ergens voor afgewezen en ineens kreeg ik drie keer keihard een afwijzing in mijn gezicht.

Op dat moment zette ik de knop om. Ik was immers pas negentien, wat zat ik nou te zeuren? Uiteindelijk hielp producent Hans Cornelissen mij aan een hoofdrol in een andere musical, waarvan ik nu nog niet mag verklappen welke dat is…

In die tijd leerde ik dat je nooit moet opgeven, wat er ook gebeurt. Blijf praten met mensen om je heen. Dat deed ik niet, ik hield mijn donkere gedachten voor mijzelf. Naar buiten toe speel ik graag mooi weer: kijk wat ik allemaal doe en wat ik heb gedaan. De verkeerde keuze.

Ik sluit me nu nog steeds weleens op, maar dat heeft een andere reden. Als ik in een show speel is het niet mogelijk om eropuit te gaan. Tijdens Bella Italia was ik een van de hoofdrolspelers, de show zou niet doorgaan als één van ons drieën er niet bij was. Daarbij speelde de show ook nog eens tussen maart en mei, de tijd van het jaar dat er virussen heersen. Daarom sloot ik mezelf op na een show en zag m’n vrienden maar weinig.

Gelukkig heb ik vrienden die dat begrijpen, zij komen uit hetzelfde wereldje. Net als mijn vriendin. Als acteur moet je in het theaterseizoen dag-in-dag-uit fit zijn. Het is net topsport. Als je zoiets absurds doet als wat wij doen, moeten je vrienden om je heen ook begrijpen dat je er soms niet bent. Aan de andere kan moet ik ook goed begrijpen dat zij af en toe aandacht verdienen.

Als acteur heb ik een verantwoordelijk naar het publiek toe. Ik moet m’n applaus verdienen, vind ik, dus ga ik tijdens een drukke periode waarin ik in veel shows speel niet uit. Ik kan niet het risico lopen dat ik m’n stem kwijtraak. In de zomerstop haal ik dat wel weer in.

‘Ik hou van zingen, dansen, acteren, musical, van de Revue, maar waar ben ik echt goed in en waar moet ik mij op focussen om mijn doel te bereiken?’

Ik heb me bij Talent Centraal aangemeld omdat ik mijn identiteit op het gebied van mijn talent beter wil leren kennen. Ik hou van zingen, dansen, acteren, musical, van de Revue, maar waar ben ik echt goed in en waar moet ik mij op focussen om mijn doel te bereiken?

Een tweede leerdoel is dat ik mijzelf wil leren verkopen. Zorgen dat ik bekend word bij regisseurs en producers. Als ze iemand zoeken voor, ik zeg maar wat, een musical, dat iemand uit de cultuurwereld dan tegen ze zegt: je moet Merijn hebben.

Ik kom net als andere talenten een heleboel obstakels tegen in deze fase van mijn carrière. Obstakels waar vrienden of mijn ouders me niet zo goed mee kunnen helpen.

Daarom vind ik het fijn dat ik bij Talent Centraal 23 gesprekspartners erbij heb. Jonge talenten die eigenlijk precies hetzelfde hebben. We doen allemaal heel verschillende dingen, maar krijgen allemaal te maken met tegenslagen. Hoe ga je daarmee om? Talent Centraal is een hele inspirerende omgeving, echt tof!

Om de Revue van André van Duin nieuw leven in te blazen moet ik mijzelf blijven ontwikkelen. Een aspect wat ik nog moet verbeteren is mijn creativiteit overbrengen naar anderen. Ik kan in mijn hoofd soms goede ideeën hebben, maar vind het nog lastig om dat idee goed over te brengen op een ander. Dat is een essentieel aspect als ik de Revue nieuw leven in wil blazen.

Het is fijn een groot doel te hebben voor mijzelf. Ik weet waar ik naartoe wil, doe alles om die Revue te realiseren. Uit alles wat ik doe haal ik iets wat ik meeneem in mijn rugzak. Die rugzak moet over een aantal jaar ervoor zorgen dat ik uiteindelijk herinnerd word als die leuke en oprechte Merijn die de Revue van André van Duin nieuw leven heeft ingeblazen.

Dan kan ik vredig sterven…

Terug naar boven
Terug naar boven