‘Beijing 2022, daar ga ik bij zijn’

door Bram Zeegers26 september 2018

Onze selectie bestaat uit 23 gedreven sport-, kunst- en cultuurtalenten die zichzelf willen verbeteren in bijvoorbeeld timemanagement, plannen, maar ook in zaken als het omgaan met pers of het gebruik van social media. Skeletonner Bram Zeegers (20) is één van hen. In deze blog schrijft hij over zijn gestelde doelen en de issues die bij zijn leven als topsporter komen kijken.

“Vroeger was ik echt een snotjong. Het zal allemaal wel, dacht ik. Beetje rondklooien hier en daar. Doordat ik professioneel skeletonner werd, ben ik een stuk volwassener en serieuzer geworden.

Het begon allemaal toen ik in 2015 gescout werd door de Nederlandse Bob- en Sleebond. Zij waren op zoek naar explosieve sprinters. Op dat moment deed ik aan thaiboksen en volgde ik de opleiding CIOS, zodoende werd ik uitgenodigd voor de talentenselectieweken. Sindsdien is het allemaal heel snel gegaan: ik werd geselecteerd en een paar weken later deed ik in het Noorse Lillehammer m’n eerste ijsafdalingen.

Na de eerste dag op het ijs was het voor mij zeker dat ik dat nooit van m’n leven nog een keer zou doen. Ik vond het echt heel eng: ik tikte alle kanten aan, had pijn en wist niet wat er allemaal gebeurde met die snelheid van destijds 90 kilometer per uur. Ik stond te shaken, wist totaal niet wat me overkwam.

De dag erna kwam de doorzetter in mij naar boven. Ik was op dat moment toch in Noorwegen. Wie weet kan het heel goed uitpakken als ik door ga, dacht ik bij mezelf. De tweede dag dat ik naar beneden ging, ging het al beter. Toen heb ik besloten mezelf het doel te stellen om me te kwalificeren voor de Jeugd Olympische Spelen het jaar daarop.

‘Vroeger was ik echt een snotjong. Het zal allemaal wel, dacht ik’

Veel mensen geloofden er niet in dat ik naar de Spelen zou gaan. Ik moest daarvoor in krap een jaar de beste van Nederland worden, maar er waren in Nederland atleten die de sport al langer beoefenden dan ik. Gedreven om de beste te worden heb ik mij uiteindelijk weten te kwalificeren voor de Jeugd Olympische Spelen in Lillehammer. Sindsdien staat mijn leven volledig in het teken van skeleton.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Bram Zeegers (@brammus88) op

Ik denk dat mijn ouders in het begin dachten: hij gaat even trainen en daarna stopt hij ermee. Op vakantie in Oostenrijk was de regel ook altijd dat ik wel mocht sleeën, maar dat mijn hoofd niet als eerste naar beneden mocht. Nu staan ze te juichen als ik met mijn hoofd slechts twee centimeter boven het ijs, met 130 kilometer per uur voorbijraas.

Voor m’n ouders was het een hele omschakeling. Van een zoon die sportte, een opleiding volgde (CIOS) en zoiets had van: het komt wel en het zal wel, naar iemand die zijn leven wijdt aan de sport, veel van huis is en een stuk serieuzer is geworden. Gelukkig vinden ze het geweldig wat ik doe en ze steunen mij volledig.

Veel vrije tijd heb ik er wel voor ingeleverd. Ik train iedere dag en moet altijd fit zijn. Daarom kan ik het me niet veroorloven om uit te gaan, wat andere leeftijdsgenoten veelal wel doen. Ook risicovolle activiteiten zoals snowboarden en skiën moet ik ervoor laten. Ik zie mijn sportcarrière als het runnen van een bedrijf. Ik ben er 24/7 mee bezig: trainen, sponsors zoeken, reizen en materiaal regelen. Om meer in the picture te komen, heb ik laatst mijn nieuwe website gelanceerd: www.skeletonbram.com.

‘Ik stond te shaken, wist totaal niet waar ik was en wat ik aan het doen was’

Het zoeken van sponsors is helaas een onderdeel van m’n sport. Ik vind dit echt het meest verschrikkelijke onderdeel van het sporten. Zonder geldschieters kan ik mijn sport niet beoefenen. De skeletonbanen liggen verspreid over de hele wereld, van Vancouver tot Pyeongchang. We moeten overal heen vliegen of rijden. En het materiaal kost bakken met geld. Hoe hoger ik kom, des te duurder het wordt. Dus als ik de sponsoring niet rond heb, kan ik niet een heel seizoen sleeën en verlies ik de aansluiting bij de wereldtop.

Aan wat voor bedragen je dan ongeveer moet denken? Voor een seizoen zonder coach betaal ik tegenwoordig tussen de 15.000 en 20.000 euro. Dat zijn dan kosten voor vluchten, transport, accommodatie, eten en het gebruik van de banen. Met de coach erbij moet je denken aan zo’n 60.000 euro. En dan zijn de kosten van het materiaal, zoals een slee van 8.000 euro, nog niet eens meegerekend.

In oktober gaat het nieuwe seizoen weer van start, maar ook nu ben ik nog op zoek naar sponsors om alles rond te krijgen. Uiteraard heb ik de afgelopen zomermaanden ook gewerkt om geld bij elkaar te krijgen voor het komende seizoen, maar als (toen nog) 19-jarige schiet dat met een uurloon van € 5,21 niet erg op. Ik vind het écht niet leuk om om geld te vragen, haat het zelfs. Maar zoals eerder ook al gezegd: zonder sponsors kom ik nergens.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

📸 @mihaipacioianu

Een bericht gedeeld door Bram Zeegers (@brammus88) op

Dat skeleton in Nederland nog zo’n onbekende sport is, maakt het alleen maar moeilijker. Ik moet de sport op de kaart zetten en waar ik kan promoten. Ik denk overigens wel dat de bond er meer aan zou kunnen doen om de sport te promoten. Ik ben nu echt op mezelf aangewezen en moet volledig m’n eigen plan trekken.

Samen met oud-Olympiër Arend Glas heb ik daarom in Wanroij zijn mobiele startbaan neergezet. Daar train ik samen met Kimberley Bos, een Nederlands skeleton-atlete die achtste werd op de Olympische Winterspelen dit jaar. Kimberley zit in precies hetzelfde schuitje: ook zij moet alles zelf regelen. Om het voor ons allebei makkelijker en goedkoper te maken, proberen we waar het kan zoveel mogelijk samen te reizen en onderdak te delen.

‘Zelf vind ik het ook écht niet leuk om om geld te vragen, ik haat het zelfs’

Het meest trots ben ik op het bereiken van de Jeugd Olympische Spelen in 2016. Na die Spelen vroeg de Roemeense bond of ik me bij hen aan wilde sluiten. De Roemenen hebben iets meer geld, maar zitten verder in een vergelijkbare situatie als ik in Nederland: zij hebben ook geen eigen baan in hun land en een relatief klein team. We helpen elkaar waar het kan. Ik ben met het Roemeense team op mijn start gaan trainen. Bij het WK start werd ik vierde, onwijs leuk.

Als je mijn situatie vergelijkt met die van skeletonners uit Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Letland…. Daar is alles wel top geregeld voor de sporters. Zij behandelen sporters uit andere landen ook echt als concurrenten, ze zonderen zich af. Als ik bij de bonden van de toplanden zou vragen of ik me bij hen mag aansluiten, lachen ze me vierkant uit.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

❄🔥There we are again 🔥❄ #skeletonsport #bobsled #winterberg #olympics2022

Een bericht gedeeld door Bram Zeegers (@brammus88) op

Vooralsnog ligt mijn focus op de Winterspelen van 2022 in Beijing. Mijn doel voor de korte termijn is om me elk seizoen te kwalificeren voor zowel het junioren en het senioren WK. Bij de junioren (tot 23 jaar) wil ik proberen bij de top 15 te eindigen.

Om deze doelen te bereiken hoop ik bij Talent Centraal meer te leren over sponsoring. Daarnaast wil ik leren me meer open te stellen. Ik ben iemand die een muur om zich heen bouwt, laat altijd zien dat alles in m’n leven goed en leuk is. Ik wil niet zielig gevonden worden. Maar het is ook belangrijk dat mensen de keerzijde weten, dat het lang niet altijd even gemakkelijk is.

Wat betreft de sponsoring hoop ik te leren hoe ik moet doorpakken als ik een bedrijf benaderd heb. Nu stuur ik ze een mail, bel ze op en daarmee houdt het eigenlijk op. Dat kan ik ook weer van mijn ‘to do’ lijstje afstrepen, denk ik dan vaak. Terwijl ik eigenlijk een vervolg aan mijn benadering van mogelijke sponsors moet geven. Ik vind het lastig om daarnaar te vragen, zie het dan meer als schooien.

Terug naar boven